Ook in 2019 wijzigen weer een aantal belastingregels. Zo zijn de tarieven voor de inkomstenbelasting en de heffingskortingen aangepast. Wat gaat u merken van deze wijzigingen? We zetten de belangrijkste aanpassingen op een rij.

De regering heeft concrete plannen om het huidige belastingsysteem onder handen te nemen. In de nieuwe situatie zijn er maar twee belastingschijven en voor de mensen met een AOW-uitkering komen er drie schijven. In 2021 moet het zover zijn. In aanloop daar naartoe gaan komend jaar de tarieven in de tweede, derde en vierde schijf omlaag. De heffingskortingen worden verhoogd.

De wijzigingen voor 2019:

Belastingschijven wijzigen

Uw inkomen uit werk en woning zit in box 1. Vanaf 1 januari zijn de tarieven en bedragen van de belastingschijven gewijzigd:

Schijf 1: belastbaar inkomen: max. 20.384 euro, tarief 36,65 procent (dit was 36,55 procent);
Schijf 2: belastbaar inkomen: max. 34.300 euro, tarief 38,10 procent (dit was: 40,85 procent);
Schijf 3: belastbaar inkomen: max. 68.507 euro, tarief 38,10 procent (dit was: 40,85 procent);
Schijf 4: belastbaar inkomen: meer dan 68.507, tarief 51,75 procent (dit was 51,95 procent).

Belastingtarieven voor AOW’ers
Schijf 1: tarief 18,75 procent (dit was 18,65 procent);
Schijf 2: tarief 20,20 procent (dit was: 22,95 procent);
Schijf 3: tarief 38,10 procent (dit was: 40,85 procent);
Schijf 4: tarief 51,75 procent (dit was 51,95 procent).

Bent u geboren voor 1 januari 1946 dan bedraagt het maximaal belastbaar inkomen 34.817 euro in de tweede schijf.

Het tarief in box 2 (inkomen uit aanmerkelijk belang) blijft in 2019 gelijk.

Algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting voor uw inkomstenbelasting gaat omhoog naar 2.477 euro in 2019 (dit was in 2018: 2.265). De algemene heffingskorting voor mensen met een AOW-uitkering bedraagt in 2019 maximaal 1.268 euro.

Is uw inkomen hoger dan 20.384 euro, dan wordt de algemene heffingskorting lager naar mate uw inkomen hoger is. U krijgt geen algemene heffingskorting als uw inkomen hoger is dan 68.507 euro.

Arbeidskorting

Heeft u een baan, dan ontvangt u meer arbeidskorting. Dit jaar stijgt de maximale arbeidskorting naar 3.399 euro (dit was 3.249 euro in 2018). De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Is uw inkomen hoger dan modaal dan krijgt u, vergeleken met 2018, te maken met een versnelde afbouw van de arbeidskorting. Voor mensen met een AOW-uitkering is de arbeidskorting maximaal 1.740 euro.

Stijging inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting stijgt tot maximaal 2.835 euro (dit was 2.801 euro).

Aanpassing heffingen box 3

Box 3 kent drie vermogensschijven. De bijbehorende percentages van de belastingheffing zijn aangepast aan de gemiddelde ontwikkeling van spaarrentes en beleggingsresultaten van de afgelopen jaren. Het vermogen waarover u geen belasting hoeft te betalen gaat omhoog naar 30.360 euro.

Bijdrage zorgverzekeringswet

Uw inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (Zorgverzekeringswet) gaat omhoog. Voor werknemers stijgt de bijdrage van 6,90 procent naar 6,95 procent. Ook zzp'ers, ondernemers en gepensioneerden krijgen te maken met een verhoging van 5,65 procent naar 5,70 procent.

AOW-leeftijd omhoog

De AOW-leeftijd wordt op 1 januari 2019 met vier maanden verhoogd naar 66 jaar en 4 maanden. U betaalt dus langer AOW-premie. Benieuwd naar uw AOW-leeftijd?, klik dan hier.

Verhoging lage btw-tarief

Het lage btw-tarief stijgt van 6 naar 9 procent. Deze btw-verhoging geldt niet alleen voor uw boodschappen, maar ook voor water, boeken, bloemen, kapper en tickets voor schouwburg, musea en attractieparken.

Go to top